Vraag?

 

 

als er wat dingen beter moeten worden

moet u maar wat op mijn reactie plaatsen

alvast bedankt 

jonge vlaamse reuzen

zondag is er weer een nestje vlaamse reuzen geboren het zijn er 8

ze zijn konijngrijs

Lees verder...

Vlaamse reus

Vlaamse Reuzen

Huisvesting

Vlaamse Reuzen zijn grote konijnen dus zorg voor een ruim hok. Als minimale afmetingen kun je een maat van 120x80x60 (BxDxH) aanhouden. Een hok met licht gekleurde achter, zijwanden en plafond heeft de voorkeur omdat het hok daardoor lichter is. In een licht hok worden de konijnen eerder tam. Het is mogelijk de konijnen in een buitenren te houden, het zijn en blijven echter konijnen in kunnen dus gaan graven. Zorg van zelfsprekend wel voor een hok waar de konijnen kunnen schuilen bij slecht weer.

 

Verzorging

Nagels knippen

Net als bij de mens blijven konijnennagels doorgroeien. In de natuur moet het konijn hard werken, het moet lopen, holen graven en als de winterhonger hem drijft, knollen uit de grond werken. Het gedomesticeerde konijn is bevrijd van al deze kopzorgen, maar krijgt er wel eentje bij als zijn eigenaar niet voldoende aandacht schenkt aan die doorgroeiende nageltjes.

Worden de nagels van een volwassen konijn niet tijdig geknipt dan groeien ze krom. Het konijn kan dan nog moeilijk lopen en na een tijdje wordt dit lopen ook pijnlijk. Het kan zelfs leiden tot misvormingen van het gewricht.

Voor de leeftijd van zes maanden moeten de nagels zelden geknipt worden. Daarna moet je ze minimaal eens per jaar bijknippen. Dit kan met eender welk nagelschaartje, maar er zijn heel handige tangetjes verkrijgbaar in de meeste dierenwinkels.

Oppassen
Een nagel is niet helemaal dood materiaal, er zit ook "leven" in en als je dat raakt doe je het konijn niet alleen veel pijn, je zult ook schrikken van het bloeden. Bij witte konijnen kun je dit leven echt heel makkelijk zien. Door de witte, doorschijnende nagel loopt een rode streep waar je dus moet afblijven. Bij donkere nagels kun je het niet zien en moet je meer op het gevoel afgaan. Nagels hoeven echt niet superkort. Knip ze af daar waar de haarlijn ophoudt .

Knip je per ongeluk toch in het "leven", stop dan het bloeden en ontsmet de gewonde plaats met een ontsmettingsmiddel dat geen alcohol bevat (Neosabenyl bijvoorbeeld)

Voederbehoeften van het konijn

Ook onze tamme konijnen hebben door de domesticatie hun natuurlijke geaardheid van nachtelijk dier niet afgelegd. 2/3 van het rantsoen wordt tussen 20 u. 's avonds en 8 u. 's morgens opgenomen en verwerkt, terwijl de overige 1/3 tussen 8 u. 's morgens en 20 u. 's avonds aan de beurt komt. Tijdens de lactatie, het zogen van de jongen, een periode die gekenmerkt wordt door een bijzonder grote voederbehoefte, zijn de voederopnamen 's nachts en overdag uitgebalanceerd.

Water

De consumptie van water door het konijn hangt af van het soort van voeding. Bij veel groenvoervoeding drinkt het konijn veel minder dan bij een rantsoen van korrels. Een konijn dat 31,1 gr droge stof per kg levend gewicht inneemt, drinkt 84,2 cc water per kg levend gewicht. Bij een jong konijn van 2,4 kg bereikt deze consumptie 200 mg per dag en staat gelijk met de waterinname van een hond van 10 kg.

Het waterverbruik varieert volgens seizoen en dieet. Het kan vaak 750 mg per dag bereiken. Zo zal een voedster met acht konijntjes in de zomer 4 liter water gebruiken bij een rantsoen van alleen maar korrels. Gebrek aan water veroorzaakt een vermindering van de hoeveelheid ingenomen voeder.

over het ras

Vlaamse Reuzen

Over het ras

Begin 19e eeuw had men in de omgeving van Gent konijnen, die de huidige gewichtsnormen benaderden. De Patagonier, een groot wild landkonijn heeft heel waarschijnlijk bijgedragen aan de reuzenvorm, zoals we die tegenwoordig kennen. Met het oog op de vleesprodukte paarde men steeds de grootste dieren aan mekaar, met het gekende gevolg. Dit landkonijn bracht in het vroegindustriele tijdperk een welgekome afwisseling in het eentonige dieet van de arbeidersklasse. De populatie van dit konijnenras groeide dan ook uit tot een omvang van ongeveer 15.000 exemplaren rondom de stad Gent. Duitsers exporteerden deze dieren vervolgens naar alle delen van Europa. De Vlaamse Reus werd zeer populair op het Europese continent en in 1893 werd hij opgenomen in de eerste Duitse standaard. Het zijn ook de Duitsers geweest die van de Vlaamse Reus het aristocratische ras hebben gernaakt dat het nu is. Door intensieve selectie hebben zij het huidige lange, brede type weten vast te leggen. Alleen vindt men in Duitsland vaak nog grotere en nog imposantere dieren dan hier.

Omdat zij de Vlaamse Reus hebben gecreeerd zoals het ras er op dit moment uit ziet meenden de Duitsers de naam van dit ras te moeten omdopen in 'Deutsche Riessen'. Onder deze naam staat het ras bekend in Duitsland. In alle overige Europese landen staat het bekend onder de naam die het rechtens toekomt: 'Vlaamse Reus'.

In Nederland werd de Vlaamse Reus in 1907 erkend. Net als in Belgie waren deze konijnen wat kort en plomp van bouw. Wijlen de heren Klaas Steenhuis en Beswerda hebben middels import uit Duitsland en het geven van richtlijnen voor de fok van dit adellijke ras veel bijgedragen aan de stand van het ras.

De Vlaamse reus moet minstens 6 kg wegen maar konijnen van om en bij de 7 kg laten hun adel het best tot hun recht komen. De dieren moeten over fors beenwerk beschikken. Kort gebouwde types zijn uit den boze, de Vlaamse reus moet minstens 65 cm lang zijn. Wat nog sterk opvalt aan dit zware konijn zijn de grote oren, deze mogen gerust 20 cm lang zijn. Bij dit grote konijn hoort uiteraard een goed ontwikkeld hoofd. Vooral de ram moet door zijn brede kop en ronde snuit zijn mannelijkheid uitstralen. De Vlaamse reus is in de eerste plaats een tentoonstellingsdier maar ook als slachtkonijn levert het smakelijke konijnenstukken op. Alleen op het vlak van de vruchtbaarheid is dit ras geen uitblinker.

 

Kleuren

Vlaamse reuzen zijn erkend in de kleurslagen, konijngrijs, wit, haaskleur, ijzergrauw, zwart, blauw, blauw grijs, blauw grauw en geel. Een keus te over dus aan kleuren bij dit ras. Er worden soms bonte vlaamse reuzen aangeboden maar dit is geen erkende kleur.


Geel

Konijngrijs

IJzergrauw

Wit

Blauw
 

konijnen ziektes

Vlaamse Reuzen

Ziekten

Coccidiosis - Myxomatose - Olifantstanden - Snot - Pasteurella - VHD

Verstopping kan een ernstig probleem zijn bij konijnen. Als een konijn een dag niet eet komt de spijsvertering stil te liggen en zal het konijn waarschijnlijk met enkele dagen dood zijn. Helaas is hier bijzonder weinig aan te doen. Het belangrijkste is om te zorgen dat het konijn blijft eten.

Coccidiosis is een ziekte door infectie met een eencellige uit de groep Coccidia: eencellige organismen, behorende tot de klasse Sporozoa. Deze parasieten leven meestal in de cellen van het darmepitheel van allerlei diersoorten. Coccidiosis is de verzamelnaam voor een aantal infectieziekten met hardnekkige diarree.

Myxomatose is een door een pokkenvirus veroorzaakte ziekte van konijnen. Een verwant virus veroorzaakt fibromatose. Natuurlijke gastheren van beide virussen zijn konijnen van het geslacht 'cottontail' (Sylvilagus), die in Noord- en Zuid-Amerika voorkomen.
De besmetting wordt overgebracht door bloedzuigende insecten, vooral muggen en vlooien. Bij de natuurlijke gastheer verlopen beide infecties goedaardig, maar myxomatosevirus veroorzaakt in Europese wilde konijnen en de hiervan afstammende tamme konijnen (beide behorend tot de soort Oryctolagus cuniculus) een ernstige ziekte. Deze gaat gepaard met de vorming van weke knobbels van bindweefsel in de huid, vooral die van kop en oren. Een groot deel van de aangetaste konijnen sterft. Myxomatose is in Australië gebruikt om de daar bestaande konijnenplaag te bestrijden, met gedeeltelijk succes. Tegen myxomatose zijn vaccins ontwikkeld op basis van fibromatosevirus en van verzwakt myxomatosevirus.

Olifantstanden is een afwijkende groei van de snijtanden van het konijn. De snijtanden staan in dat geval niet helemaal recht (vaak naar binnen gebogen) waardoor ze niet tegen elkaar komen. Doordat de tanden dan niet slijten worden ze te lang. Het knippen en vijlen van olifantstanden heeft allen zin als de tanden in de goede richting staan. Slechts dan kunnen we ze op natuurlijke wijze afslijpen. In overige gevallen kunnen we de tanden laten trekken of het dier uit zijn lijden verlossen.

Snot is eigenlijk een verzamelnaam voor verschillende ziekten die qua symptomen veel met elkaar gemeen hebben. De symptomen luiden als volgt:

- niezen
- hoesten
- uitvloeiingen uit de neus
- met slijm bevuilde pootjes, neus en borst
- soms gepaard met een 'traanoog'

Snot kan zowel door virussen als door infecties veroorzaakt worden. Het ene snot is het andere niet. Pasteurella is bijvoorbeeld wel degelijk besmettelijk, terwijl een ander virus, met vrijwel dezelfde symptomen, dat niet is. Om dit te kunnen vaststellen is een kweek van de uitvloeiingen nodig. De dierenarts zal dan wat snot uit de neus nemen en dit onderzoeken. Op basis van de uitslag zal de dierenarts een antibioticakuur voorschrijven.

Echter, zelf kun je ook proberen om het te genezen met behulp van een aantal huismiddeltjes. Heb je meerdere konijnen, breng dan eerst een bezoek aan de dierenarts om uit te kunnen sluiten of het besmettelijk is.

Allereerst is het belangrijk dat de weerstand weer op peil wordt gebracht, daarvoor kan je je konijn Echinacea geven. Dit is homeopathisch middel dat de weerstand verhoogt. Het aantal benodigde druppeltjes in een klein schaaltje doen en daarop wat kokend water gieten. Hierdoor zal de alcohol verdampen.

Om de 'verkoudheidssymptomen' te genezen kun je ook te rade gaan in de homeopathische wereld. Nissyleen van VSM werkt bij veel konijnen goed. Ook hier geldt weer: zorg eerst dat de alcohol verdampt.

De vervuilde vacht kun je schoonmaken met wat afgekoelde kamillethee. Maak de pootjes, de neus, de borst et cetera schoon met een watje dat gedrenkt is in de thee.

Blijven de klachten aanhouden, schroom dan niet om naar het spreekuur te gaan van je dierenarts. De dierenarts heeft hier voor gestudeerd!

Opmerking: een konijn kan ook 'snot' ontwikkelen als deze in een slecht geventileerde ruimte staat, stoffig hooi heeft of in een ruimte verblijft waar gerookt wordt. Gebruik het verstand: Rook niet bij dieren, een konijnenlong is gauw gevuld.

Pasteurella is één van de meest voorkomende ziektes bij konijnen. Het wordt veroorzaakt door de bacterie Pasteurella multocida die men in de luchtwegen van slecht gehuisveste konijnen kan vinden. Deze bacterie dragen ze ongelukkigerwijs steevast bij zich in hun lichaam. De werkelijk aandoening kan de kop op steken bij stress, zoals temperatuursschommelingen, hoge vochtigheid, en/of vochtige bodembedekking maar ook door zwangerschap, zogen of een lage weerstand.

De bacterie kan een deel of gedeelte van het lichaamsstelsel aantasten wat herkend kan worden aan verschillende symptomen. De neus en ogen kunnen bijvoorbeeld ontstoken raken wat zich zal uiten in uitvloeiingen, hoesten, niezen, spijsverteringsstoornissen, longontsteking en anorexia. Verstopte traanbuisjes zijn hier een tweede probleem wat kan resulteren in een draainek (ook wel Torticollis genoemd). Andere symptomen kunnen zijn huidontstekingen, baarmoederontsteking, ontsteking van één of beide zaadballen, abcessen in de geslachtsorganen (meestal vulva of testikels), onvruchtbaarheid en mogelijk de dood. Acute vormen van deze ziekte kunnen net zo verlopen als VHD/VHS gepaard gaande met een ontsteking van de hartzak en buikvlies, verstopping in de longen en plaatselijk bloedverlies.

Pasteurella kan allen bestreden worden door middel van het gebruik van diverse antibiotica voor een langere periode. Denk hierbij toch wel aan vier tot zes weken (of zelfs langer) om de infectie onder controle te krijgen. Zorg dat je zieke dieren bij de anderen vandaan haalt omdat het erg besmettelijk is.

Viral Haemorragic Disease oftewel V.H.D.

De ziekte VHD is niet meer weg te denken uit de hedendaagse konijnenhouderij. Wilde dieren houden de infectie in stand. VHD is zeer besmettelijk en de ziekte kent een stormachtig verloop. Een sterftepercentage van 100% is niet uitzonderlijk. Alleen vaccinatie geeft voldoende bescherming. Sinds 1988 is er binnen Europa sprake van een nog niet eerder beschreven infectieuze ziekte bij konijnen. In China werd echter al eerder melding gemaakt van deze, en wel in 1984. De ziekte heeft een stormachtig verloop en gaat gepaard met veel sterfte. De symptomen van de ziekte zijn: opvallende bloedingen in de luchtpijp, in de longen en soms in long- of buikvlies. Vanwege deze kenmerkende bloedingen is de naam Viral Haemorrhagic Disease aan de ziekte gegeven.

Haemorrhagic betekent namelijk “gekenmerkt door bloedingen”. VHD wordt veroorzaakt door een virus. Nog niet geheel duidelijk is tot welke groep dit virus gerekend moet worden; de Parvo-virussen of de Calici-virussen. De eerste konijnen met ziekteverschijnselen zoals hier beschreven, werden in Europa gezien in 1988. De ziekte is geconstateerd in de toenmalige beide Duitslanden, Rusland, Polen, Hongarije, Italië en Frankrijk en vervolgens eigenlijk in alle Europese landen. In Nederland en België zijn in 1990 voor het eerst meldingen gemaakt. Vooral langs onze westkust, met name in de duinen, werden grote aantallen dode konijnen gevonden met als vermoedelijke doodsoorzaak VHD.

Symptomen

1. Een plotselinge apathie (afwezig) gepaard gaande met hoge koorts.

2. Ernstige benauwdheid veroorzaakt door oedeem (vloeistofophoping) in de voorste luchtwegen.

3. In sommige gevallen bloederig schuim uit de neusgaten ten gevolge van longbloedingen.

4. Strekkrampen en schreeuwen tijdens het doodgaan en sterfte.

Jonge dieren zijn ongevoelig voor VHD. De ziekte komt niet voor bij dieren die jonger zijn dan vier weken en slechts sporadisch bij dieren tussen vier en acht weken. Deze ongevoeligheid van jonge dieren is niet goed te verklaren. Voor de hand zou liggen dat jonge dieren bij de geboorte antistoffen meekrijgen, maar dit is niet het geval. Ook dieren van serologisch negatieve moeders zijn namelijk op jonge leeftijd ongevoelig. Boven de leeftijd van twee maanden en ouder worden getroffen.

Ziekteverloop

Bij een beginnende epidemie kan de incubatietijd erg kort zijn, meestal één tot twee dagen. Het aantal dieren dat ziek wordt varieert meestal tussen 30 – 80%. Soms sterft 100% van deze zieke dieren. In een later stadium van de epidemie krijgt de ziekte een milder verloop, waardoor het sterftepercentage afneemt.

Diagnose

Konijnen die plotseling apathisch en benauwd zijn, hoge koorts hebben en waarbij eventueel bloederig slijm uit de neusgaten komt, hebben zeer waarschijnlijk VHD. Sectie op het dode dier aangevuld met microscopisch onderzoek van de aangetaste weefsels, kan de diagnose bevestigen. Ook is het mogelijk het ziekteverwekkende virus aan te tonen met een speciale test.

Bij het verrichten van sectie op het dier, zijn een aantal kenmerkende weefselaantastingen met het blote oog zichtbaar:

1. Uitgebreide bloedingen in de keelholte, de luchtpijp en bronchiën. De luchtwegen kunnen over de gehele lengte met bloederig schuim gevuld zijn.

2. Oedeem (vloeistofophoping) in de longen.

3. Zwelling van milt en lymfeknopen, veroorzaakt door oedeem.

4. Grote plekken in een gezwollen lever. Soms zijn er slechts kleine gebieden met een bleke kleur en is de lever juist erg bloedrijk.

5. Gezwollen nieren (oedeem).

6. Soms bloedingen in onderhuids weefsel en mesenteria (buiknet). Bij microscopisch onderzoek valt op dat in de lever acute necrose (plaatselijk afsterven van weefsel is opgetreden.

Besmettelijk

VHD wordt direkt overgebracht van dier op dier, of indirekt via mest of urine. De aankoop van een ogenschijnlijk gezond dier, dat wel besmet is maar dat zich in de incubatietijd bevindt, kan de oorzaak zijn van het uitbreken van de ziekte op een bedrijf. De konijnen kunnen het virus ook opnemen via gras, waarop wilde, geïnfecteerde konijnen hebben gegraasd. VHD wordt vooral gezien op kleine bedrijven en op bedrijven van sportfokkers. Konijnen op deze bedrijven lopen meer risico om in kontakt te komen met besmet materiaal, respectievelijk doordat vaak dieren aangekocht worden en doordat tentoonstellingen bezocht worden. Maar ook op grote commerciële bedrijven kan de ziekte grote verliezen veroorzaken. VHD komt alleen bij konijnen voor, hoewel sommige onderzoekers menen dat ook hazen kunnen worden geïnfecteerd. Bij hazen betreft het echter European Brown Hare Disease (EBHD), een ziekte die in Nederland al wat langer voorkomt.

Preventie

Alleen vaccinatie garandeert voldoende, dat uw konijnen zijn gevrijwaard van VHD. Het vaccin dat tegen VHD wordt bereid uit weefsels van zieke (besmette) dieren in Hongarije, Spanje, Italië en Frankrijk. De vaccins geven een goede bescherming reeds vier tot vijf dagen na toediening. In Nederland zijn twee vaccins toegelaten: Hebovac (Aesculaap) en Cunical (RhoneMérieux). Konijnen dienen éénmaal per jaar aan het begin van de fokperiode te worden gevaccineerd. Op commerciële bedrijven worden meestal alleen de fokdieren geënt. Het is daarnaast aan te bevelen huis- en fokkonijnen tenminste eenmaal per jaar te vaccineren. Deze konijnen lopen immers een groter gevaar in kontakt te komen met besmet materiaal in de tuin of op tentoonstellingen. Strikte hygiëne is ook een voorwaarde. Omdat VHD ook bij wilde konijnen voorkomt is de ziekte niet meer uit Nederland weg te krijgen. De konijnenhouders zullen dan ook met deze kwaal moeten leren omgaan.